Jos Verstappen: "Veel vertrouwen in potentie STR11"

Gepubliceerd op 24 februari 2016 door Bas Winckels

Als er één Nederlander is die het klappen van de zweep in de wereld van de Formule 1 kent, dan is het Jos Verstappen. Als vader van huidig Formule 1-coureur Max is hij uiteraard zeer betrokken bij het reilen en zeilen van de nieuwe raceauto van zijn zoon. Toen we hem afgelopen maandag spraken, stelde hij dat het te vroeg was om conclusies te trekken over waar Toro Rosso staat in vergelijking met andere teams. Toch is hij niet voor niets ’s Neerlands succesvolste Formule 1-coureur. Kan hij aan de hand van zijn ervaring inmiddels wat meer zeggen over wat we komend jaar van de bolide van Max kunnen verwachten? En wat vindt hij van de zojuist aangekondigde veranderingen in het reglement? We vroegen het hem.

“Wat Max ook al heeft gezegd, het meest belangrijke deze week is dat we de betrouwbaarheid van de auto kunnen testen”, aldus Jos, “hij moet zo betrouwbaar mogelijk zijn. We moeten kilometers maken. De balans moet goed zijn, want dat geeft de rijder vertrouwen. Gisteren hebben we 120 rondjes gereden en daar waren we heel tevreden mee. Het ziet er niet slecht uit. Tijdens een test kun je de tijden niet zomaar vergelijken met elkaar. Alle verschillende typen banden zijn onder de auto’s geweest bij de verschillende teams, en bij ons niet. Wij hebben alleen gereden met de hardste compound die deze week in Barcelona beschikbaar is. Maar de STR11 is nu nog niet zo is als hij moet zijn, dus daar kijken we nu ook nog niet naar. En gedurende de test van de volgende week zou de auto steeds meer in de buurt moeten komen van hoe hij naar Melbourne gaat. Hij is volgende week nog steeds niet helemaal af, maar dan hebben we een betere kijk op hoe de auto echt gaat. Maar ik heb er wel veel vertrouwen in.”

Als je nu geen aerodynamica kunt testen, wat kun je dan nu wel testen? “Er zijn zoveel elektronische dingen die je moet afstellen en die geperfectioneerd moeten worden: je moet het gaspedaal goed afstellen, en bijvoorbeeld de rembalans. Het team is aan het zoeken naar de juiste mate van koeling, je kunt daar heel veel aan veranderen. Maar het is een wonder dat de auto hier staat! Dat is echt zo. En nu moet het team kijken wat ze kunnen doen om de auto in de toekomst nog beter te krijgen. Er zijn een heleboel dingen die je aan zo’n auto kunt veranderen.”

Je hebt er veel vertrouwen in, zeg je dat op basis van wat jij weet wat eraan zit te komen? Jij weet meer dan wij. “Ja. Op basis van hoe we nu rijden, op basis van wat we weten over hoe anderen rijden, op basis van het verschil dat er tussen de banden zit: dan denk ik dat het er best wel sterk uit ziet. Maar”, voegt hij er waarschuwend aan toe, “dat moeten we wel op de klok terug kunnen zien. Je kunt wel berekenen: met andere banden winnen we een seconde, met een lagere hoeveelheid benzine winnen we weer zoveel, nog wat andere factoren erbij, dan winnen we in totaal een x aantal seconden. Maar dan moet het nog wel echt gebeuren. Maar aerodynamisch ziet het er hoopvol uit, dat wel. Dat moet goedkomen.”

Bij testsessies is het altijd lastig om in te schatten waar je staat in vergelijking met andere teams, omdat je niet weet met hoeveel brandstof en met welke afstelling zij rijden. Toro Rosso rijdt zonder een goede setup te kunnen maken en men rijdt alleen op medium banden. Toch zeggen jullie te weten waar het team staat: hoe kun je dat meten? “We hebben heel goede simulatieprogramma’s en we hebben heel veel ervaring. Dus we weten bij lange runs van de concurrentie als we de tijd van hun eerste rondes vergelijken met de tijd van hun snelste rondes, en we weten op welke banden ze rijden, dan weten we ongeveer met hoeveel benzine ze rijden.”

Er zijn dit seizoen geen ontwikkelingen te verwachten op motorgebied, dus de vooruitgang in de auto zal voornamelijk op aerodynamisch gebied moeten worden gezocht? Ja, dat is altijd het belangrijkste gebied van een Formule 1-auto.” En de auto was vorig jaar goed. “Hij is dit jaar nog beter!”, klinkt het heel stellig. “Het moet er wel uit komen, maar ik denk dat dat wel goed komt.”

Er staan het komende seizoen wat veranderingen op stapel in de reglementen. Eén ervan is het bandenreglement. Er moeten gedurende een raceweekend meer banden weer worden ingeleverd bij Pirelli, er zijn meer compounds per weekend beschikbaar, en de teams moeten al ver van tevoren hun bandenkeuze plannen. Het maakt het er allemaal niet makkelijker op. “Nee, je moet qua bandenkeuze nu al aangeven wat je over drie maanden gaat doen. Het maakt het misschien niet makkelijker, maar het maakt het misschien wel spannender. Zeker als een team net de verkeerde banden heeft meegenomen.” Ook het kwalificatieformat is onder handen genomen om meer spanning te genereren. Wat vind jij daarvan? “Ik vond het oude systeem niet zo slecht. Ik vond het best wel spannend, met name de laatste twee minuten van een sessie. Maar ik denk dat ze nu de spanning van die laatste minuten wat meer willen uitspreiden. Je kunt je snelste ronde niet meer tot het laatst bewaren en je moet ook heel erg bij de les blijven. Weet je, je moet het eerst een keer meemaken voordat je echt weet hoe het is. Je kunt nu wel zeggen ‘ik vind het niks’, maar misschien is het wel top.”

“Wat de mensen willen zien, is racen. Ze willen niet van tevoren al weten wie er gaat winnen, en dat is nu wel zo.”