De reglementswijzigingen voor 2021 op een rijtje

Gepubliceerd op 09 januari 2021 door Bryan van Berlo

De eerste maanden van een nieuw kalenderjaar staan traditiegetrouw in het teken van de presentaties van de nieuwe Formule 1-auto’s. Hoewel 2021 – met het oog op de radicale reglementswijzigingen in 2022 – wordt gezien als overgangsjaar, is er toch het een en ander dat verandert. We geven je een overzicht van de belangrijkste wijzigingen voor het komende seizoen.

De meest significante verandering vindt bij de vloer van de auto plaats. Deze werd in voorgaande jaren voorzien van verschillende inkepingen en sleuven om meer downforce te genereren, maar dit is vanaf 2021 verboden. Ook loopt de achterkant van de vloer nu wat meer naar binnen in plaats van rechtdoor, waardoor er minder oppervlakte is voor het genereren van neerwaartse druk.

Naast een aanpassing van de vloer worden ook de achterste brake ducts en de diffuser aangepakt. De zogeheten ‘vinnen’ op de onderste helft van de remkanalen worden met veertig tot tachtig millimeter ingekort. Bij de diffuser worden de inlaten (de verticale schotten die je omlaag ziet hangen) vijftig millimeter korter.

De hierboven genoemde maatregelen hebben het gezamenlijke doel om de alsmaar stijgende downforceniveaus van de Formule 1-auto’s wat te beperken en daarmee Pirelli te helpen. De bandenleverancier heeft vorig jaar namelijk enkele van de grootste bochtenkrachten in de geschiedenis van de Formule 1 gemeten, welke volgens het Italiaanse bedrijf bijdroegen aan de drie klapbanden tijdens de Grand Prix van Groot-Brittannië. Een reductie in downforce en nieuwe, robuustere compounds zouden dit probleem moeten verhelpen.

Een andere trend die de afgelopen jaren zichtbaar is, is de verhoging van het minimumgewicht van de auto’s. In 2021 dienen de bolides minimaal 752 kilogram te wegen, zes kilo extra ten opzichte van vorig jaar. Dit heeft deels te maken met een gewichtsverhoging van de krachtbron van vijf kilo en het doel om teams te ontmoedigen peperdure, gewichtsbesparende materialen te gebruiken.

Ook op sportief gebied vinden er een aantal reglementswijzingen plaats. Zo wordt de tijd die teams kunnen gebruiken voor de aerodynamische ontwikkeling van hun bolides (middels windtunnels of CFD-simulaties) beperkt aan de hand van de positie in het constructeurskampioenschap. Mercedes krijgt dit jaar bijvoorbeeld maar 90% toegewezen, terwijl Williams 112,5% van de tijd aan de aerodynamica mag werken. Deze verschillen in deze verdeling worden vanaf 2022 groter, met als doel de kosten verder te drukken en het veld competitiever te maken.

Bij het drukken van de kosten hoort uiteraard ook het veelbesproken budgetplafond. Het is de eerste keer in de geschiedenis van de koningsklasse van de autosport dat dit wordt geïntroduceerd. Teams mogen dit jaar nog 145 miljoen dollar (een kleine 120 miljoen euro) uitgeven en dit loopt in 2022 en 2023 terug tot respectievelijk 140 miljoen en 135 miljoen dollar. Het toegestane budget dekt vrijwel ieder aspect van het runnen van een Formule 1-team. Uitgaven voor bijvoorbeeld marketing en de salarissen van de coureurs vallen hier buiten.

Als laatste wordt er vanaf dit jaar strenger gecontroleerd op het kopiëren van onderdelen van andere teams. Na de controverse rondom de Racing Point van vorig seizoen die verdacht veel leek op de Mercedes uit 2019, zijn de regels aangescherpt om deze tactiek uit te bannen. Zo is er onder meer een verbod op reverse engineering en mogen er geen 3D-camera’s meer gebruikt worden om de auto’s van andere teams te scannen.