Max en Jos in Talking Bull: 'Na een paar ronden de hele baan volgas'

Gepubliceerd op 12 augustus 2020 door Julien Lemmen

Nadat hij op sensationele wijze de winst greep op het circuit van Silverstone tijdens de 70th Anniversary Grand Prix was Max Verstappen, samen met vader Jos, te gast bij Talking Bull, de podcast van Aston Martin Red Bull Racing. Hierin kijkt men terug op hoe Jos zijn zoon Max klaarstoomde voor het grote werk in de Formule 1.

Om maar meteen bij het begin te beginnen: Max, hoe was het om Jos als vader te hebben?
Max: “Ik zag hem vooral als een gewone vader en niet als een Formule 1 rijdende vader. Van jongs af aan, en ook voordat ik zelf begon te karten, kwam ik al op veel kartbanen en kwam ik veel met racen in aanraking.”

Is er een speciaal moment in de carrière van je vader dat je je kunt herinneren?
Max: “Ik kan me herinneren dat ik in Maleisië was toen mijn vader nog in de Formule 1 reed. Maar ik was nog maar klein en zag de paddock vooral als een speeltuin.

En Jos, wat kun jij je herinneren van de eerste keer dat je Max in een kart stopte?
Jos: “Hij was vier en een half jaar oud toen we hem er voor het eerst in een kart hebben gezet. Het was in Genk op de baan waar ze met huurkarts rijden. Het was met een erg kleine kart. We hebben die kart nog steeds en deze hangt in de Verstappen store in Swalmen, waar alle merchandise verkocht wordt. Na een paar ronden reed Max de hele baan vol gas. Door de vibraties in de kart viel de carburateur er telkens af en daarom heb ik hem na een dag al een grotere kart gekocht.”

Een vierjarige in een kart stoppen en hem weg zien rijden, was dat niet zenuwslopend?
Jos: “Nee niet echt, vanaf twee en een half reed hij al op een quad en had al wat ervaring met snelheid en hoe hij moest sturen. We hadden al wat andere dingen gedaan voordat we hem in een kart hebben gezet."

Max was zeven jaar oud toen hij wedstrijden begon te rijden. Hoe snel kwam het eerste succes?
Jos en Max in koor: “Meteen!” Jos: "We hebben hem goed voorbereid. Twee weken geleden kreeg ik nog een foto van die race die in Emmen werd verreden. Max was zeven en hij moest het toen al opnemen tegen jongens die een paar jaar ouder waren.”

Jos, je was Max’ kartmonteur, motortuner en vader. Hoe was het om gefocust te zijn op één doel gedurende zijn hele jeugd?
Jos: “We waren erg gemotiveerd om te slagen. Voor mij was het een dagtaak. Ik bracht Max naar school en ging van daaruit naar de werkplaats om het chassis en de motoren te prepareren, alles samen te bouwen en alle andere zaken te organiseren. We gingen vaak drie keer per week naar een kartbaan.”

Max, hoe gefocust was je op jouw huiswerk, terwijl er zoveel op de achtergrond gebeurde?
Max: “Ik vond het niet echt fijn om naar school te gaan, maar ik wist wel dat het belangrijk was te proberen het goed te doen. Ik heb mijn best gedaan, ondanks het vele reizen. Vooral als je internationale races gaat rijden, valt het niet mee om op school bij te blijven. Vanaf mijn elfde, twaalfde werd het een beetje lastig.”

Jullie werkplaats zag er erg professioneel uit!
Jos: “We moesten wel, we namen het op tegen de fabrieksteams. Wij reden ook voor een fabrieksteam, maar deden alles zelf zoals chassisafstellingen en de afstelling van de motoren. We hadden een eigen vermogensbank om de motoren op te zetten. We waren altijd goed voorbereid als we naar een race gingen. We wisten welke motor het beste was, en welke we tijdens de kwalificatie moesten gebruiken. Alles was gesorteerd en Max moest zorgen voor de afstelling van de carburateurs en dat is iets wat een coureur in zich moet hebben. Ik denk dat Max daar erg goed in was. Hij was erg duidelijk in wat hij dacht nodig te hebben.”

Max, vond jij de mechanische kant van het karten net zo leuk als het rijden?
Max: “Ik ben niet de persoon die ervan houdt om aan de motor te sleutelen, dat doet mijn vader liever. Ik hield meer van het rijden, maar het is erg belangrijk dat je begrijpt wat er gebeurt. Ik was er wel altijd bij betrokken, kijken wat mijn vader deed en proberen te begrijpen wat hij deed. Maar ik heb nooit de drang gehad om dat zelf te doen.”

Denk je dat alle Formule 1-coureurs datzelfde gevoel hebben en denk je dat dit jou een voordeel geeft op?
Max: “Nee, ik denk niet dat iedereen hetzelfde is wat dat aangaat. Niet iedereen heeft van jongs af aan de begeleiding gehad die ik had. Van jongs af aan heb ik veel geleerd.”

Jos, wat zijn voor jou de beste momenten door de jaren heen dat jullie samen de wereld over trokken en je Max zag rijden?
Jos: “Dat waren de Europese titels en wereldtitel in de KZ-klasse, allemaal in hetzelfde jaar. En om eerlijk te zijn, elk jaar dat we raceten wonnen we kampioenschappen. Ik bedoel, we deden veel races en wat ik ook erg fijn vond, was de tijd samen in de bus naar alle races en alle voorbereidingen vooraf. Nu mis ik dat, maar op dat moment vond ik het erg fijn.”

Max, en wat waren voor jou de beste momenten?
Max: “De kampioenschappen en de wedstrijden die ik won. Maar wat ik niet meer vergeet zijn de ritten in de bus en het reizen naar de circuits. Ik zou het nu niet meer doen. Destijds voelde het normaal, maar nu zie ik mezelf niet meer acht tot tien uur in een bus reizen."

Was Formule 1 altijd het doel?
Max: “Het was altijd het eerste doel, maar je weet nooit hoe het uiteindelijk uitpakt.”

Jos, je hebt alle bekers van Max in de werkplaats en de enige die ontbreekt is de wereldtitel in de Formule 1.
Jos: “Ik hoop dat hij op een dag wereldkampioen wordt. Hij heeft daar nog veel tijd voor. Ik ben er zeker van dat die dag komt. Als hij de auto krijgt om kampioen te kunnen worden, zal hij kampioen worden.”

Stuurde je Max naar buiten in alle weersomstandigheden om er zeker van te zijn dat hij een gevoel kreeg voor de baan?
Jos: “Ja, vooral als je jong bent moet je zien waar je moet rijden. Je moet niet alleen voelen, maar ook kijken naar het circuit. Je moet kijken naar de bochten, waar het droger is en waar er meer grip is. Elk circuit is anders en als het begint met regenen pakken de meeste mensen hun spullen in en gaan naar huis. Wij bleven altijd en we gingen de baan op. Niemand was er op dat moment nog aan het rijden, dus we hadden de baan voor onszelf. We deden dit veel toen hij jonger was, maar toen hij opgroeide wist hij wat hij moest doen en hoefde je dit niet meer zo veel te doen.”

Max, liet je vader je wel eens achter op de racebaan na een slechte race?
Max: “Bijna, bij een benzinestation. Het was een race voor het wereldkampioenschap in 2012. Ik denk dat het één van de makkelijkste weekenden van mijn carrière was. We waren zó snel, maar ik slaagde er alsnog in om niet te winnen... Op de vrijdag verbrandde ik mijn koppeling tijdens de heat, dus viel ik uit. Ik startte vervolgens als tiende in de pre-finale. Binnen één ronde lag ik alweer op de tweede plaats en ik won de race met vier seconden voorsprong op de nummer twee. In de finale, na de eerste ronde toen ik aan de leiding lag, kwam mijn naaste achtervolger mij voorbij op het rechte stuk. Het was een erg lang recht stuk, dus het draaide om het slipstreamen. Hij ging me voorbij en ik besloot dat ik hem direct weer wilde inhalen, omdat ik weer aan de leiding wilde liggen. Het was een beetje stom en onnodig, want ik crashte en ik werd geen wereldkampioen."

"Ik was natuurlijk niet blij, maar mijn vader was erg teleurgesteld in mij. Vooral omdat mijn vader er zo veel tijd in had gestoken in de jaren ervoor. Hij deed er alles aan om de motoren voor te bereiden en er zeker van te zijn dat alles in orde zou zijn als ik overstapte naar de volgende categorie. Hij brak de tent af en gooide alles in de bus. Ik moest de kart zelf optillen samen met een vriend na de race, want mijn vader zei dat ik dat zelf maar moest doen. We gingen vervolgens in de bus op weg naar huis. Ik wilde met mijn vader praten over wat er was gebeurd, maar mijn vader wilde niet met mij praten. Ik bleef het proberen en op een gegeven moment stopte hij bij een benzinestation en zei: ‘ga eruit, ik wil niet meer met je praten’."

Jos: “Ik wist dat zijn moeder een paar kilometer achter ons reed, dus het is niet zo dat ik hem daar alleen achter liet.”

Max: “Je kwam uiteindelijk terug, dus het was in orde.”

Jos: “Ik haalde hem weer op. We reden ongeveer 1800 kilometer naar huis en ik heb geen woord tegen hem gezegd. Ook de hele week daarna heb ik niet met hem gesproken. Vervolgens hebben we samen gezeten en heb ik hem uitgelegd hoe ik mij voelde. In mijn ogen deed hij alles erg relaxt. Het was allemaal erg gemakkelijk voor hem, maar ik wilde dat het hem zou raken en dat echt bij hem door zou dringen. Hij moest nadenken over wat hij had gedaan. Dat was de laatste race van het seizoen en in het seizoen daarna wonnen we alles. We wonnen twee Europese kampioenschappen en het Wereldkampioenschap. We wonnen elke race. Hij was zo gefocust en je kon zien dat hij nadacht. Wat er gebeurde in die race, heeft hem absoluut een betere coureur gemaakt.”

Zie je elementen van de rijstijl van je vader terugkomen in je eigen rijstijl?
Max: “Ja, absoluut. Ik kan agressief zijn, maar vanuit mijn kant is het gecontroleerde agressiviteit. Ik hou er gewoon van om hard te racen en mijn vader deed dat ook. Wel denk ik dat ik wat meer finesse heb in mijn rijstijl. Mijn vader wilde dat ik beter dan hem zou worden, dus we probeerden daaraan te werken.”

Jos: “Hij gebruikt zijn hoofd meer en zijn rijstijl is meer vloeiend. Als ik vroeger zag dat hij een bocht te wild nam, ging ik er staan en vertelde ik hem netter te rijden en zoveel mogelijk snelheid mee te nemen door de bochten. Daar oefenden we al op toen hij nog erg jong was.”

Wat is het beste advies dat je vader je heeft gegeven?
Max: “Blijf met twee voeten op de grond staan en blijf jezelf. Dat is het meest belangrijke geweest in al die jaren. En als je de juiste mensen om je heen hebt, komt dat goed. We houden ook nog elke dag contact.”

Jos: “Er zijn veel zaken die besproken moeten worden en samen met Raymond, de manager van Max en een vriend van mij, bespreken we alles samen. Dat zal altijd zo blijven.”

Is het kampioenschap iets waar jullie naar uitkijken?
Jos: “Dat is ons doel. Daarom zijn we hier. We zijn erg blij waar we nu zijn, maar uiteindelijk willen we natuurlijk het kampioenschap winnen.”

Helpen die torenhoge verwachtingen je Max?
Max: “Voor mij maakt dat niet uit. Ik wacht op de kans om voor het kampioenschap te vechten. Elk jaar word je een betere coureur. Ik houd ervan om races te winnen. Daar doe je het uiteindelijk voor.”

Jos, hoe is de sport veranderd sinds jij er hebt gereden?
Jos: “Alles wordt steeds professioneler. Hoe het team opereert, is compleet anders dan in mijn tijd, maar ik vind het mooi. Ik hou van de competitie. Op dit moment is Mercedes iets te snel, maar als ze wat dichter bij de rest van het veld zitten, kunnen we mooie races hebben. Dit jaar is het een beetje anders met het Coronavirus. Hopelijk wordt het volgend jaar weer als normaal. Als ze ervoor zorgen dat de auto’s dichter achter elkaar kunnen rijden, zien we weer betere races en dat is wat de fans willen zien.”

Max, je hebt al een turbulente start van het seizoen achter de rug, of niet?
Max: “We maximaliseerden de resultaten tot nu toe. Het is jammer dat we in het eerste weekend uitvielen, maar over het algemeen hebben we het goed gedaan. Natuurlijk is Mercedes iets te dominant op het moment, maar we proberen niet teveel punten te verliezen en dan zullen we zien wat er gebeurt. Er gebeuren veel dingen in de races. Ook een beetje drama en ik denk dat dat altijd goed is.”

Afgelopen weekend streefde jij je vader voorbij met het aantal verreden races. Hoe voelt dat?
Max: “Daar geef ik niet zo veel om, het aantal starts. Het was altijd het doel om races te winnen en voor het kampioenschap te vechten, dus als je dat doet is het normaal dat je hopelijk 200 of 300 races rijdt in de Formule 1. Het is nog maar het begin.”

Wie was je race-idool?
Max: “Ik had er nooit een. Mijn vader is een goed voorbeeld, maar voor mij is hij mijn vader. Ik keek niet altijd naar hem als een coureur. Ik had nooit posters op mijn kamer. Ik had alleen een kartonnen bord van mijn vader, dat is het. Ik respecteer iedereen voor wat ze gepresteerd hebben in de sport, maar ik had nooit een held.”

Jos: “Ik heb altijd gezegd dat ik niet echt een idool had, maar ik hield van de manier waarop Ayrton Senna racete. Ik vond zijn stijl mooi en zijn instelling. Maar ik houd ook van de manier waarop Max racet. Agressief maar nog wel je hoofd gebruiken, dat is het type coureur waar ik altijd van houd.”

Prijsvraag GP Spanje: win het 1:43 Max Verstappen Spanje RB14 schaalmodel!